"Koloniaal erfgoed"



Toen ik laatst in Sumenep op Madura verbleef, om de schitterende kraton in dat stadje te bezoeken, besloot ik ook een kijkje te gaan nemen in Kalianget, de plek waar de Nederlanders in 1898 een grote zoutfabriek hadden gebouwd. Transport was snel en eenvoudig te organiseren, wegens een overaanbod aan zwaar verouderde busjes, voor mij goed genoeg om de hoogstens 10 kilometer naar Kalianget af te leggen. Voor 40.000 Rupiah was dit transport heen & weer geregeld met een jonge chauffeur uit dit gebied afkomstig. De weg vanaf Sumenep naar Kalianget lijkt langs onder water gezette rijstvelden te gaan, maar schijn bedriegt. Aan de rand van deze sawa staan kleine wind- molentjes, het zijn meren vol met zout water die in het droge seizoen uitdrogen, wat overblijft is het zout. Langs de weg staan er ook veel huizen uit de koloniale tijd, waarvan meerdere, ondanks de vervallen staat waarin zij verkeren het predikaat villa verdienen. Dit wijst erop dat het ooit een rijk gebied is geweest.  Madura en ook Gresik aan de overkant op het vasteland nabij Surabaya, waren de enige productiegebieden voor het zout voor de gehele Archipel. De zouthandel was een monopolie van het gouvernement, op het laatst opium- en zoutregie genaamd. Dit monopolie was al in de VOC tijd ontstaan en is altijd zeer lucratief geweest, want wat is eten zonder zout, zeker in de tropen, waar veel zout gebruikt wordt om het eten ietsje langer goed te houden in de verzengende hitte en waar een koelkast, zelfs vandaag de dag, nog steeds een luxe is.

Kalianget heeft een leuke kleine haven, met een pontje naar het tegenoverliggende Pulau Poteran en een paar keer per dag een ferry naar het vasteland van het eiland Java n.l. Tanjung Jangkar nabij Sitobondo. Verder stelt het plaatsje weinig voor, maar de smalle straatjes met witgekalkte huisjes zijn leuk om te zien, de mensen erg vriendelijk. Zij lijken blij eens een 'orang bule', anders dan op de TV, te kunnen aanschouwen. Iets buiten het plaatsje ligt de voormalige zoutfabriek, een monumentaal industrieel bouwwerk, in zeer vervallen en leeggeroofde staat. Het huizencomplex voor het personeel, dat bij de fabriek hoort, is zeer de moeite waard, niet in het minst door de veelsoortigheid van het aldaar gebouwde. Afijn, genietend heb ik fotootjes gemaakt, voor mij is er geen groter genoegen om mijn lens te richten op de vervallende "schoonheid" van het Nederlandse koloniale verleden. De Indonesiër doet er niets aan om het te behouden en ik kan hem daar geen ongelijk in geven, het is hun geschiedenis nauwelijks.  Deze restanten worden meer beschouwd als het symbool van eeuwen van ellende en uitbuiting. Mooie oude panden worden het liefst gesloopt om de vrijgekomen materialen te gebruiken om een nieuw huis naar eigen idee te bouwen, voor de realisatie van deze ideeën zijn materialen uit de Nederlandse tijd zeer gezocht. Vloertegels van keramiek en marmer, glas-in-lood ramen, djati kozijnen, ramen en deuren, gietijzeren en stenen ornamenten, noem maar op, halen een hoge prijs in de elitewijken van Jakarta . De tuan-tuan besar met een hoog corruptiegehalte en dito inkomen willen graag iets bijzonders en vooral opvallends voor hun gemakkelijk verdiende rupiah aanschaffen en zo de buitenwereld te laten zien dat zij het goed doen.

Het v/m gebouw van de kunstkring


Een mooi voorbeeld van hoe koloniale architectuur verdwijnt was het gebouw van de "Kunstkring" te Jakarta, gebouwd in 1914. Volgens deskundigen was dit één van de hoogtepunten in de Nederlands Indische koloniale architectuur in Art Nouveau stijl, gebouwd onder architectuur van P.A.J. Mooijen. Voor de Republik Indonesia heeft dit gebouw jarenlang dient gedaan als Kantor Imigrasi. Het was een waar genoegen om aldaar een visum te mogen verlengen, af te zitten wachten tussen al dat oude schoons, tot een ambtenaar even tijd had. De ambtenaren waren niet geïnteresseerd in hun werkplek, en hoewel verwaarloosd, verkeerde het gebouw in een zeer originele staat. Tot dat het Kantor Imigrasi naar een ander onderkomen verhuisde en het gebouw leeg kwam te staan. Op een kwade dag in 1999 reden er vrachtauto’s bemand door een ploeg slopers het terrein op. Alles wat mooi was, zoals tegels, kozijnen, deuren, ramen, glas-in-lood, lambriseringen, enzovoorts werden uit het gebouw getrokken. Een karwei dat binnen een paar dagen was geklaard. Dit is weliswaar een wetsovertreding, het gerucht ging echter dat Tommy Soeharto ook hier achter de schermen zat en durfde niemand iets te ondernemen. Sinds die dag staat het gebouw te vervallen en zal het op een dag plaats maken voor een moderne "soping mal". Zo staat er weer een "kwade" herinnering op het punt van verdwijnen.

Terug naar Kalianget, nadat ik de zoutfabriek rondom had gefotografeerd ging ik weer op weg naar Sumenep. Ik had nog iets gehoord over een oud fort uit 1785, dus de VOC periode, dat hier in de buurt zou moeten zijn. De sopir bracht me er zonder mankeren rechtstreeks naar toe. Een leuk klein fort op een weinig strategische plaats ver van zee. Het was in gebruik om koeien en eenden te fokken, een hoogst originele herbestemming. (klik hier). Na dit object gefotografeerd te hebben toog ik weer op weg. Tijdens de rit viel mijn oog op een volleybalveld met een eigenaardige, uit de toon vallende decoratie op de achtergrond. "Wat is dat Mas?", vroeg ik aan de sopir. "Kerkop Mister", was zijn antwoord. Kerkop is kerkhof, begraafplaats. "Berhenti disini Mas, aku mau lihat". We stopten en ik stapte uit om een kijkje te nemen. Vlak achter het volleybalveld bevond zich een manshoge complete wildernis. De sopir bleek de locatie te kennen en wees me de paadjes in de bush-bush. Achter dikke takken en bladerdekens bevonden zich grafstenen en monumenten. Graven van Indische Nederlanders, die hier vroeger geleefd en gewerkt hadden, in een deplorabele staat. Slechts enkele van deze laatste rustplaatsen waren goed te zien door hun hoogte of omvang, eigenlijk om treurig van te worden. Dit was het zoveelste verwaarloosde kerkhof uit de koloniale tijd dat ik aanschouwde. In het algemeen worden graven in Indonesia goed onderhouden, de voorouders worden in hoge eer gehouden. Een voorwaarde daarvoor is een schoon en verzorgd graf, een oud gebruik dat nog van voor de bekeringen tot het Hindoeïsme, Boeddhisme en de Islam dateert. Hier kreeg ik de indruk dat de gemiddelde Indische Nederlander weinig met de laatste rustplaats van zijn voorouders op heeft. Als je Indo's mag geloven zijn ze altijd op zoek naar hun wortels, die zich hier in Indonesia onder de grond bevinden, de enige juiste plek voor wortels. Altijd door en door die verhalen over hun verleden en cultuur, hun belangrijke positie in het v/m Indië, nou de aanwezigheid van dit verwaarloosde kerkhof, en vele andere wijzen anders uit. Dan te bedenken dat men voor een paar euro per dag een tukang kan inhuren om zo een dodenakker te verzorgen, en er moeten natuurlijk grafrechten betaald worden. Dit zorgt voor werk, dat hard nodig is in Indonesia. Geld kan het probleem niet zijn, er zijn onlangs gigantische bedragen ten behoeve van de Indische gemeenschap vergeven in het kader van "Het Gebaar", helaas komt daar weinig van terecht in het "Negri pan Erkomst" Indonesia, waar de bakermat van de Indische gemeenschap zich toch bevindt.  Doch van de ruim 15 miljoen Euro die door de Nederlandse regering ter beschikking is gesteld lijkt de Indische gemeenschap in Nederland feest te gaan vieren. Feest in het land waarvan zij zo vaak beweren dat zij het verafschuwen en daar slechts door omstandigheden verblijven. Dit verhaal wordt ook nog eens nagebauwd door de 2e en 3e generatie dezer Indo's. Jongeren die ook over Indië en zgn. Jappenkampen plegen spreken alsof zij daar zelf jaren hebben doorgebracht. Van-horen-zeggen is een belangrijke bron van geschiedschrijving onder deze ex-kolonialen, van wat er feitelijk gebeurd is hebben ze geen rijst gegeten.

 

 
 

Het betonnen volleybalveld met afgeknapte Griekse zuil op de achtergrond

 

Afijn het is dit jaar dus feest voor de Indo’s op kosten van de Nederlandse  regering, o.a. een "Indische Zomer" in Den Haag. Zo zijn er door "Het Gebaar" bedragen van 2500 euro uitgekeerd om activiteiten voor Indische bejaarden te ontplooien. Naar mijn weten zijn de meeste activiteiten van Indische bejaarden vervat in een banjir van slap ge-O.H. over Tempo Doeloe. Hoe rijk zij toen wel waren, wat zij betekenden en hoe goed zij voor de Inlander zijn geweest. Hoe vaak hoort men niet "de mensen stonden te huilen toen wij vertrokken". Dit waren ongetwijfeld tranen van blijdschap. Terwijl het toch bekend mag heten, dat vele van deze personen tijdens de Bersiap-periode de strot zijn afgesneden door voormalige Inlandse werknemers die nog wat "goedheid" te verrekenen hadden. Ook lees ik dat de Stichting Bronbeek haar keuken mag verbouwen voor het gigantische bedrag van 500.000 Euro. Wat gaat daar gekookt worden?, vraag je je dan af.  Zeker geen Indisch eten. De Indische kokkies toverden toch de heerlijkste maaltijden tevoorschijn met een paar eenvoudige arangkomfoors, enige wadjans en een cobek. Dan nog de spel-o-theek voor Indische en Molukse ouderen in Den Haag ad  150.000 euro. Lijkt mij ook duur betaald. Hier komen vast geen simpele Indische spelletjes in zoals soeten, layang-layang of gatrik. Voor zo een bedrag kan je een compleet casino starten, want gokken.....


Alle kunstwerken, films en andere uitingen van "Indische Cultuur" laat ik maar even buiten beschou- wing. Ik heb bij het horen van deze cultuurwaan nogal de neiging van mijn stoel af te vallen, met alle mogelijke pijnlijke gevolgen van dien. Er zullen vast wel wat interessante boeken en documentaires uitkomen gezien de, vooral Nederlandse, namen die genoemd worden op de website van "Het Gebaar". Ook lees ik daar over "Indische Stijlkamers: vijf kamers die in Indische stijl worden ingericht. In iedere kamer zal een andere tijd worden weergegeven". Dit is een project van het Indisch huis. In Indonesia kan zoiets veel makkelijker en goedkoper door een oud huis van de sloperhamer vrij te kopen en het een en ander door Indonesiërs te laten doen. Koop desnoods een hele kampung en maak er en Indische bejaardenkampung van. Geeft veel werk in het land, is vele malen goedkoper dan zo een project in Nederland. Ook trekt zoiets op de langere termijn Indische toeristen, hoopt men dan maar. Weggegooid geld is de bijdrage voor de website "Indisch Informatiepunt' ten bedrage van 1000 Euro, voor een onderdeel gewijd aan levensverhalen van Indische ouderen. Levensverhalen van Indische Nederlanders zijn er inmiddels meer dan genoeg. Als er één bevolkingsgroep is, die zich daaraan heeft gewijd, zijn zij het wel. Sommige verhalen kun je al dromen zonder ze ooit gelezen te hebben. Dat neemt niet weg dat ik als liefhebber van de koloniale geschiedenis vind dat er op het gebied van de Nederlands Indische literatuur een hoop te genieten valt, zeker die van de hand van totoks. Een echte Indo, wat dat ook moge zijn, leest niet, laat staan dat ie schrijft. Onderdeel van genoemde website is ook een forum, een gratis MSN groep, waar de Indootjes kunnen babbelen. Het gaat in het algemeen nergens over, de communicatie die door de betreffende groep 'ngobrollen' wordt genoemd. Er zijn vele van deze fora op het internet, met voornaamste kenmerk dat ze nostalgische ledigheid omschrijven. Of men moet een liefhebber van geschiedvervalsing zijn, of er tegen kunnen dat bepaalde verhalen tot in het oneindige worden herkauwt. Zeker de verhalen waarin de zgn. Blanda’s op hun vermeende tekort schieten tegenover deze zwaar gefrustreerde gemeenschap wordt gewezen. Het verhaal der Indo’s is een persiflage op hun eigen werkelijkheid geworden. Een perpetuum mobile, die eenmaal op gang gebracht nooit meer tot stoppen komt, de enige remedie is negeren. De absolute dieptepunten op deze fora zijn als de Indische gemeenschap zich in het petjoh, vroeger de taal bij uitstek van de Indo’s in Nederlands Indië, gaat uitdrukken. Hetgeen gedebiteerd wordt heeft niets met de oorspronkelijke taal te maken en doet mij altijd denken aan een bezoek aan een bejaardentehuis waar aan een tafeltje een stelletje Indo’s zit te mummelen en te tokkelen. De doppinda’s op tafel, maar ze eten zonder kunstgebit in. Ik hoor dan het taaltje van kinds geworden bejaarden, die hetgeen nadoen dat ze misschien in hun jeugd hebben gehoord. Dat terwijl hun het spreken van de taal van de Inlander, toen Maleis genaamd, veelal verboden was, en zijn er hoogstens wat simpele woordjes blijven hangen. Ook een gewoonte is om op fora die over Indonesia gaan, binnen te dringen en het forum in kwestie te kolonialiseren tot het een Indoforum wordt. De Indo's beschouwen namelijk Indonesia ook als "iets" van hun en een land waar de Indocultuur bloeit. Een beetje de omgekeerde wereld, persoonlijk zie ik dat wat Indo's hun cultuur noemen als een leencultuur. Voornamelijk gejat uit de Javaanse hormat cultuur, die zulk een opgang doet in Indische coterieën. Vaak wordt de cultuur misbruikt: dat wil zeggen in iemands gezicht mooie dingen zeggen en stroop smeren, zodra de persoon in kwestie zich omdraait wordt er een bijl in haar of zijn rug geslagen. Al met al blijkt een 'eigen' cultuur weer goed voor miljoenen aan subsidie, slimheid om op een makkelijke manier aan geld te komen daar zijn die Indo's erreh goed in.

Er wordt veelvuldig gekatjauwt, voornamelijk als de groep zich weer eens beledigd voelt. Iets waar zeer weinig voor nodig is. In zulk een geval wordt de rijk gevulde rantang met racistische en discriminerende opmerkingen opengetrokken. Daar zijn ze nomor satoe in, alsmede het roepen dat zij juist degenen zijn die altijd weer gediscrimineerd of racistisch bejegend worden. Een gebed zonder Amen! Zij beweren dat zij het beste van twee culturen in zich hebben, maar zullen zich dan even over hun calculator moeten buigen. Na enig getik kunnen ze zelf uitrekenen dat er dan ook figuren tussen zullen zitten die het slechtste van twee culturen in zich dragen. De helft zal echter van beide culturen evenveel in zich hebben, of eigenschappen bezitten die elkaar in evenwicht houden, volgens de wetten van de logica.  25 % draagt dus het slechtste van 2 culturen in zich, het zijn nou net dié 25 % die de gemiddelde Indo zo een slechte naam bezorgen.


Ik schrik wakker uit mijn verre gepeins en ben weer terug op het kerkhof, ik vraag aan mijn sopir de naam. "Kertasada, Mister", en besluit dat ik weer terug moet naar het heden, hoezeer het Nederlandse koloniale verleden mij ook boeit. Doch als mijn gedachten naar de Indo's afdwalen weet ik dat ik bij een te verwaarlozen aspect van de geschiedenis van Indonesia ben aangeland. Zij maken het zelf belangrijk onder het mom: "Heef nie hoe klink, as maar heef heluid" en dat is een oorverdovende herrie, maar slechts door en voor henzelf.

Sudah cukup..............

 

   Solo 26 mei 2005
 
Klik op een afbeelding voor een vergroting

100_0981_kopie.jpg (209400 bytes)

100_0982_kopie.jpg (177089 bytes) 100_0985_kopie.jpg (152273 bytes)

100_0980_kopie.jpg (193666 bytes) 100_0980_kopie1.jpg (73188 bytes)

De begraafplaats te "Kertasada"
tussen Sumenep en Kalianget.

 

Solo 27  mei 2005
© 2005 - 2006 londoh
http://www.londoh.com

Terug naar INDEX