Bahasa Malayu is de taal die sinds mensenheugenis gesproken wordt in grote delen van Maleisië en
Sumatra, tussen deze twee gebieden ligt de straat van Malakka. Als wij naar de kaart van Azië kijken ligt de straat van Malakka precies halverwege China en India - Arabië en
vormde, reeds vanaf de 6de eeuw na Chr. een belangrijke schakel in het handelsverkeer tussen deze
landen, als wij op geschreven bronnen afgaan. In die tijd ontstond het machtige Sriwijaya koninkrijk in de omgeving van Palembang welk rijk uitgebreide handelscontacten met
onder andere China en India onderhield. Deze handel bestond uit luxe producten uit China, Indië en Arabië en de zeer gezochte
lokale producten van de Indonesische archipel zoals peper, kruidnagelen,
muskaatnoten, ivoor, goud en sandelhout. De Straat van Malakka is bijzonder strategisch gelegen en biedt door alle aanwezige eilandjes goede bescherming tegen stormen en
piraten. De eilanden in en de staten rondom de Straat van Malakka tussen Aceh en Johor waren sinds oudsher ontmoetingspunten voor de handelaren uit China en
India-Arabië die daar hun zaken deden en vaak maanden moesten wachten op gunstige winden waarmee zij naar hun vaderland terug konden
zeilen. In de Straat van Malakka woonden ook
zogenaamde Orang Laut of zeenomaden, handelaren die vanaf hun schepen als tussenhandelaren zaken
deden. Deze Orang Laut waren Orang Malayu die Bahasa Malayu
spraken. Als men maanden onder elkander verblijft dan wil men wel eens een praatje maken maar dat is nogal moeilijk als de eigen spreektaal een dialect van het
Arabisch, Sanskriet of Chinees is, dit zijn allemaal vrij moeilijke
talen. Het bleek dat het Bahasa Malayu een vrij simpele taal was en
men kon met de kennis van een 300 woorden al heel goed met elkaar
communiceren. Zo werd langzamerhand het Bahasa Malayu de taal bij uitstek voor de buitenlandse handelaren die de Indonesische archipel en het gebied daaromheen
bezochten.
Toen de Portugezen in de 16e eeuw deze gebieden binnenvielen kwamen zij ook in de Straat van
Malakka.
Het is namelijk zo dat de oceaan, de Pacific, aan de andere kant van Java en Sumatra zeer gevaarlijk is voor vaartuigen vanwege de hoge golven en verraderlijke stromingen vlak onder de kust en
het is veiliger om op weg naar India of China de Straat van Malakka te
bevaren. Daar waren tevens de handelscentra zoals Aceh en Malakka gevestigd en verder naar het oosten Banten op Java. De Portugezen hadden al van Indiase zeelui over de Straat van Malakka
vernomen, ook had Marco Polo ooit deze contreien bereisd. De Portugezen troffen het gebruik van het Bahasa Malayu aan waar ze dankbaar gebruik van
maakten, want ook voor Europeanen was deze taal makkelijk te begrijpen en te
leren. Toen de Nederlanders in dit gebied verschenen gebeurde precies
hetzelfde. De Portugezen en de Nederlanders arriveerden met veel grotere en modernere schepen dan tot dat moment gebruikelijk
was. De bewapening van de schepen was zeer geavanceerd en de Europeanen stonden bekend als bekwame
zeelui. Daarom konden zij ook veel verder in het gebied in en rond Indonesië
doordringen. Op deze manier was het mogelijk dat zij de verschillende zeldzame producten die zij zochten rechtstreeks in de productiecentra aan konden kopen en de tussenhandel uitschakelden om zodoende hun winsten te
vergroten. In al deze plaatsen werden andere en verschillende talen
gesproken. Om te communiceren gebruikten zij, evenals de
lokale zeelieden en handelaren, het Bahasa Malayu, dat zich op deze manier in de handelsplaatsen over de gehele Indonesische Archipel en de randgebieden
verspreidde. De Nederlanders noemden deze taal het "Pasar
Maleis", anders gezegd het Maleis van de markt of de handel.
Daar het Maleis voor de handelaren uit zoveel verschillende delen van de wereld zijn beperkingen had, begonnen zij hun eigen woorden aan het Maleis toe te voegen voor zaken en begrippen die in de archipel niet bekend
waren. Zo voegden de Indiërs woorden uit het Sanskriet toe, de Portugezen woorden uit het Portugees en de Nederlanders woorden uit het
Nederlands. Zeker de laatsten hebben erg veel aan de Maleise taal toegevoegd en verbeterd omdat de Nederlandse aanwezigheid in dit gebied 350 jaar heeft
geduurd. De Arabieren brachten niet alleen handelsartikelen uit Arabië maar ook de Islam die zij over de archipel
verbreidden, naarmate er meer mensen tot de Islam overgingen werden er ook meer Arabische woorden aan het Maleis toegevoegd voor niet-wereldse begrippen en woorden uit het Heilige Boek de Koran. De eenvoudige taal van de Orang Malayu begon zich steeds meer te ontwikkelen tot een echte
taal. Toen de Nederlanders omstreeks 1900 hun macht over de gehele Indonesische Archipel gevestigd hadden ontstond er behoefte aan een taal die zowel door de Nederlanders als de Indonesiërs begrepen en gebruikt kon
worden. De keuze was eenvoudig deze taal werd het Maleis.
De
Nederlanders richtten in het begin van de 20ste eeuw de “Balai
Pustaka” of het “Kantoor voor de Volkslectuur” op, welke
instelling boeken in het Maleis ging uitgeven en begon te werken
aan een standaardspelling voor het Maleis, de standaard spelling
en grammatica van Van Ophuijsen (1901 en 1910). Op 28 oktober
1928 werd er in Batavia in het gebouw van de STOVIA een congres
gehouden van groeperingen jonge Indonesische intellectuelen
zoals Jong Java, Jong Sumatera, Jong Ambon, Jong Celebes, Jonge
Islamieten over de politieke toekomst van Nederlands Indië. Op
dit congres werd voor het eerst het Indonesische volkslied “Indonesia
Raya” van de componist W.R.Supratman ten gehore gebracht en
werd er een resolutie aangenomen die bepalend zou zijn voor de
toekomst van Indonesië. De inhoud van deze resolutie, de Sumpah
Pemuda
- Letterlijke
tekst van deze Soempa pemoeda : Pertama: Kami poetera poeteri Indonesia mengakoe bertoempah darah jang satoe, tanah Indonesia.
Kedoea: Kami poetera poeteri Indonesia mengakoe berbangsa jang satoe, bangsa Indonesia.
Ketiga: Kami poetera poeteri Indonesia menjoenjoeng bahasa persatoean, bahasa
Indonesia.
Vertaald : Ten eerste: Wij, zonen en dochters van Indonesië, hebben één vaderland, het land van Indonesië.
Ten tweede: Wij, zonen en dochters van Indonesië, erkennen te zijn één volk, het volk van Indonesië.
Ten derde: Wij, zonen en dochters van Indonesië, houden hoog de eenheidstaal, de taal van
Indonesië -.
Met
het begin van de Japanse bezetting in maart 1942 werd de
verordening uitgegeven dat Nederlands vanaf dat moment niet meer
mocht worden gebruikt. Gelijk met de proclamatie van de Republik
Indonesia op 17 Augustus 1945 werd het Bahasa Indonesia de
nationale taal, vastgelegd in Artikel 36 van Hoofdstuk XV van de
Indonesische grondwet van 1945. Het Bahasa Indonesia is in de
loop der jaren aan diverse spellingsveranderingen onderhevig
geweest zoals in 1947 toen o.a. bepaald werd dat OE voortaan als
U en DJ als J en dat verdubbelde woorden voortaan als enkel
woord met een 2 erachter geschreven konden worden, bijv.
gado-gado als gado2. De nieuwste spelling dateert van 16
augustus 1972. Toen werd er o.a. bepaald dat de J als Y, de NJ
als NY, TJ als C en SJ als SY geschreven zou worden, deze
laatste spelling werd ingevoerd in nauw overleg met Maleisië en
Brunei Darrussalaam in welke landen Bahasa Malayu wordt
gesproken wat van het Bahasa Indonesia net zo verschild als het
Nederlands van het Vlaams met dien verstande dat de taal iets
dichter bij het oude Bahasa Malayu ligt en dat er i.p.v.
Nederlandse meer Engelse woorden gebruikt worden gezien het
koloniale verleden van beide landen.
Indonesië is een land dat samengesteld is uit zeer vele
volkeren. Veel van deze volkeren hebben hun eigen taal, sommige talen worden door erg veel mensen
gesproken, bijvoorbeeld het Bahasa Jawa (Basa Jowo). Ruim 40 % van de Indonesische
bevolking, dat wil zeggen ongeveer 100 miljoen mensen, spreekt deze
taal. Echter er komen ook talen voor die door slechts enkele tientallen mensen gesproken
worden, zoals in de provincie
West-Papua,
dat in totaal wel 300 verschillende talen kent, de grootste verscheidenheid ter
wereld. In het totaal worden er in Indonesië ruim 730 verschillende talen
gesproken, welke duizenden jaren in stand zijn gebleven omdat vele eilanden tot voor ruim 100 jaar geleden altijd vrij geïsoleerd van de buitenwereld
bleven. Het is daarom erg praktisch dat de inwoners van Indonesië allemaal één taal kennen die tevens een belangrijke nationalistische band tussen al deze verschillende volkeren
vormt. De belangrijkste talen in Indonesië, afgezien van het Javaans zijn het
Sundanees, het Madurees, het Bataks, het Balinees en het Tetun op Timor. Deze talen worden door miljoenen mensen
gesproken. Naast hun lokale taal kennen de meeste mensen, zeker de
jongeren, het Bahasa
Indonesia, maar ze spreken bij voorkeur onderling hun eigen taal. Door de verdere verbreiding van het Bahasa Indonesia vanwege betere scholing
"sterven" er talen uit. Al de talen die in de Indonesische Archipel gesproken worden behoren tot de Austronesische
taalfamilie. Afgezien van Indonesië wordt een vorm van het Bahasa Malayu nog gesproken in
Maleisië, Zuid- Thailand, Myanmar, Singapore, Brunei Darrussalaam en in delen van de
Filippijnen.
Het Bahasa Indonesia aan het begin van de 21ste eeuw is een moderne en zeer dynamische taal
geworden. Nu de verschillende volkeren van Indonesië vrij door de archipel kunnen
reizen, zich in andere plaatsen en steden op andere eilanden
vestigen, vindt er een uitwisseling plaats van op andere manieren gesproken Bahasa
Indonesia, want iedere streek kent zijn eigen tongval, uitspraak en zijn eigen
woorden. Ook het steeds toenemende aantal TV-stations die door de hele Archipel hun programma's uitzenden draagt bij aan de verbreiding en verdere ontwikkeling van het Bahasa Indonesia maar tevens aan de verengelsing van het Bahasa door het uitzenden van veel Engelstalige programma's en
liedjes. De langzame intrede van computertechnologie voegt ook veel nieuwe woorden aan het Bahasa Indonesia toe. Elke dag worden er vele tientallen nieuwe woorden
geboren, die soms even, soms langer gebruikt worden om daarna weer te
verdwijnen. Sommige van deze woorden worden blijvend toegevoegd aan de nationale
woordenschat.
Een Indonesiër is nog meer dan veel andere volkeren geneigd zijn leiders in blind vertrouwen te volgen en
neemt snel hun vaak onzinnige taalgebruik over. De studenten en de journalistiek spelen een belangrijke rol in deze voortdurende
taalvernieuwing, zeker nu na de gebeurtenissen van
mei 1998 de vrijheid van de pers en van het gesproken woord gegarandeerd is. Van deze vrijheden maakt de Indonesiër graag en dankbaar
gebruik, want de nationale hobby in dit land is nog altijd ontspannen en gezellig langdurig
kletsen.
|