| |
|
Vanaf Solo kan men 3x per week rechtstreeks naar Singapore vliegen met
SilkAir, de kosten bedragen
US$ 254 voor een retour. Er wordt gevlogen met een Airbus A-319 en de vliegtijd bedraagt 1 uur 50
minuten. Ik vloog op een zondagochtend in een halfvol vliegtuig, kwam aan op een
volkomen leeg Changi Airport, terminal 2. Kon rechtstreeks doorlopen na een vlot
stempeltje bij de immigration. Het wachten op de bagage duurde nog geen 10
minuten, welke tijd gedood kan worden in de Duty Free Shop waar de Johnny Walker
Black Label erg goedkoop is. Op de taxistandplaats stond een taxi klaar,
instappen en wegrijden. Genoemde procedure kost op Sukarno-Hatta Airport in
Jakarta minstens een uur plus een aanzet tot een hartaanval, zeker het
bemachtigen van een taxi aldaar.
Mijn bestemming is Malakka in Malaysia, dus liet ik me naar de busterminal in Lavender Street
brengen en een uur later zat ik in een AC bus die me rechtstreeks naar Malakka zou
rijden. Deze bussen gaan via de nieuwe secondlink, vrij ver westelijk van de oude Causeway. Deze nieuwe brug annex grensovergang tussen Singapore en Malaysia wordt nog nauwelijks
gebruikt, slechts door enkele bussen, met gevolg dat het daar erg stil is. Van de efficiënt werkende ambtenaren
aan de Singapore zijde ondervindt men geen last, maar komt men aan de Maleisische kant dan moet men een vragenvuur van de Imigresen
doorstaan, doch beleefde en de juiste antwoorden maken de overheidsdienaren al vlug
milder. Ze hebben weinig te doen dus gun ze de kans zichzelf te bewijzen. Maar daarna de
Kastem, de douane. Komt de Westerling daar aan met twee koffers tussen de lokale toeristen dan wordt ie
d'r zeker uitgepikt.
"Please, open up Sir" en daar liggen dan mijn keurig ingepakte
`cadeautjes` voor ambtelijke ogen
ten toon gespreid.
"What is this sir, woh it looks like antiques". "No, just imitations
Pak". Intussen begint de
buschauffeur zich ook te roeren want die wil verder,
"Pay them off"! "How much"? "US $100 will do".
"My ass denk ik, 20 is OK". De buschauffeur rent paniekerig heen en
weer. De jonge douanebeambten willen hun baas er bij. Baas komt op met taxerende
blik, vraagt wat de goederen zijn.
"Imitation antiques as a present for a friend Pak".
|
|
|
|
|
foto: Silk air
|
"What are they
worth"? "200 US$", antwoord ik. "You pay 30% of the value". Tijd voor een rookgordijn van argumenten in het Engels en
Bahasa Indonesia. De baas is blij met een opponent die zich verweert en laat zien dat ie ook niet achterlijk is. Argumenten over en
weer. Ik besluit met, "als het allemaal zo moeilijk moet gaan kan ik beter terug naar Singapore
wandelen". Een oude truc, doen alsof je geen zin in hun land hebt. Dat
helpt!
"Please close your suitcase and have a nice time in Malaysia Sir, I hope to see you
again". Het Maleise volk houdt van woordspelletjes, argumenteren, kijken wie de sterkste
is. Doorsta je dat dan beginnen ze te lachen. Je doet beiden je werk. Ik kan door zonder ene cent te
betalen, tevreden dus.
Twee uur later is de bus in Ayar Hitam via de North-South Expressway van Singapore naar Kuala Lumpur en
Penang. Snel zonder gevaarlijke situaties, zoveel beter dan in Indonesia. Helaas is het Maleisische landschap ontzettend
saai, heuvels met eindeloze palmolieplantages. In Ayer Hitam wordt er gestopt om te eten en te
drinken, in de teringherrie van TV en CD, Malaysia zo eigen.
Na 20 minuten gaat de bus verder, precies op
tijd zonder het eindeloze geklets en tukjes die de Indonesische buschauffeurs zo
kenmerken. Na 4 1/2 uur stap ik op de terminal in Malakka uit. Precies 12 uur nadat ik mijn huis in Solo verlaten
heb. De volgende dag is de Indonesische imitatie sim-sala-bim weer echt antiek geworden en doe ik mijn transacties in
Malakka, de stad die zich als centrum voor antiek presenteert. Deze antiekhandel concentreert zich in de
Jonker- en
Heerenstraat, namen uit de Nederlandse tijd. Ze heten tegenwoordig respectievelijk Jalan Tun Cheng Lok en Jalan Hang
Jebat.
Malakka
is een fantastische stad, veel overblijfselen uit de Portugese,
Nederlandse en natuurlijk Engelse tijd. In Malaysia wordt in tegenstelling tot
Indonesia wel aan monumentenzorg gedaan wetende dat dat toeristen trekt.
Momenteel wordt er in Malakka veel land uit zee gewonnen. Waar vroeger het
strand begon kijkt men nu uit op nieuwbouw. Vaak mooi gedaan maar ook veel
moderne wanstaltigheid zonder kraak noch smaak. Dit deel van de wereld zo eigen,
als het er maar duur uitziet. De mix van oud en modern maakt de stad
aantrekkelijk. Ook het geordende verkeer en het gehele straatgebeuren is niet zo'n verpauperde viezigheid als in
Indonesia. In een budgethotel heeft men niet
het gevoel in een onlangs ontruimd kraakpand te bivakkeren. Ook in de goedkopere
hotels werkt alles en is het schoon, de kamers worden dagelijks schoongemaakt. Dat laatste is in Indonesia vaak een
gunst, maar meestal een
bijverdienste voor het hotelpersoneel.
Alle restaurants hebben bijvoorbeeld
ventilatoren aan het plafond en aan de wand en zijn echt schoon. Hier zie je het
bedienend personeel vaak even een lap over de tafels halen in plaats van er
slaperig op te hangen. Ondanks de invloed van de moslims is er koud bier in
overvloed en ook andere drankjes die ze niet met dubieus ijs hoeven aan te
lengen. En dan het eten.Als er 1 land ter wereld is waar men goed kan eten is
het wel Malaysia. De bevolkingsmix van Malayu, India en Chinees is overal in de
restaurants terug te vinden. Men kan ontbijten met kopi-O en roti canai met een
lichte curry, lunchen met Hainan chicken rice en dineren met de Maleisische
nonya keuken die veel op de keuken van Sumatra lijkt. Men kan genieten van
Indiase curries opgediend op een bananenblad, dat men dicht vouwt als men klaar
is. Allerlei miesoepjes waarvan er sommigen dicht bij de Thaise Tom Yam soep (laksa
penang) komen, heerlijke satay, otak-otak, vis in een blad
geroosterd,
schoongemaakt en gekoeld fruit. Daartussen zag ik een vrucht die de durian
Belanda heet, dat is de Maleisische naam voor zuurzak. Het is een smeltkroes
van Aziatische eetculturen. De warungs zijn opvallend netjes en schoon, vaak van
roestvrij staal gemaakt. Niet die Indonesische bamboestaken en sloophouten
constructie met een oud spandoek ertussen, gammel tafeltje dr'onder en verder
alles even goor en grauw. De afwasmachine bestaande uit een emmer water voor de
gehele dag, het afwaswater lijkt wel soep.
|
|
|
|
|
foto:
Hainan chicken rice. Meest gegeten in Malaysia.
|
Omdat de zaken snel rond waren maar even op pad
gegaan. 40 km ten noorden van
Malakka bevindt zich een oud Nederlands fort, genaamd Philipina. In 1757 in
samenwerking met de Bugis gebouwd ligt het aan de mond van de rivier de Lingi
aan een baai. Het fort is gelegen in een militair trainingskamp maar vrij te
bezoeken. Het enige wat te zien is zijn de stenen van de
fundering, maar toch
de moeite waard gezien de slim gekozen locatie aan de ingang van een baai. Te
zien is dat het een vrij simpel fort was met een bastion en een trap naar een
aanlegsteiger. Nog noordelijker, vlakbij Port Dickson is het Musium Kota
Lukut,
een splinternieuw gebouw in een zeer weidse locatie. Kota Likut is een
Maleisisch fort. In het schitterend gebouwde museum is er een kamer gewijd aan
de `Nassau´, een VOC-schip dat in 1606 in een slag met de Portugezen is vergaan
en dat enkele jaren geleden bij toeval werd ontdekt toen men op zoek was naar het
Engelse schip de `Dyna´.
Sinds 1980 ben ik misschien 10 keer in Malaysia
geweest, maar de hoofdstad
Kuala Lumpur heb ik nog nooit gezien. Eén keer heb ik een glimp opgevangen vanuit de
trein van Butterworth naar Singapore toen deze op het moskeeachtige station van
de hoofdstad van Malaysia stopte. Deze keer is het er van gekomen, via de
North-South Expressway vanaf vlakbij Malakka tot aan Kuala Lumper. Die tolwegen
in Malaysia zijn uitstekend en niet al te druk. De wegen zijn in het algemeen
goed, niet van die bottenkneuzers en nierenschudders als in Indonesia die vol
gaten en nog erger zitten als gevolg van geen onderhoud wegens geldtekort. Ook
houdt het langzame verkeer in het algemeen links terwijl er rechts wordt
ingehaald. In Indonesia houdt men bij voorkeur rechts en haalt links in op
grotere wegen. Op tolwegen zijn alle manieren mogelijk. Ook zijn de tolwegen in
Malaysia vrij van vreemde smetten zoals die in Indonesia voorkomen, zoals
overstekende mensen, geiten, kippen, het verwisselen van lekke banden midden op
de weg en het gebruiken van de vluchtstrook als verkoopplaats voor fruit en
verfrissingen. Om de 30 km zijn er plaatsen waar gerust kan worden met een keur
van restaurants, telefoons, geldautomaten, een grote hoeveelheid schone toiletten
en zelfs mooie doucheruimtes. Het geheel is toegankelijk gemaakt voor invaliden.
Alles wordt voortdurend schoongehouden. Niet te geloven dat er tussen dezelfde
volkeren zoveel verschil in hygiëne kan zitten als tussen het Maleisische en
Indonesische.
De binnenkomst in Kuala Lumpur is heel wat rustiger wat verkeerschaos betreft
dan die in Jakarta. Nou is verkeerschaos een van de kenmerken van Indonesia. Dat
land schijnt niet zonder chaos in welk onderdeel van het leven dan ook te kunnen. Kuala Lumpur met zijn 2 miljoen inwoners is heel wat kleiner dan Jakarta
met zo'n ruime 16 miljoen zielen, maar vergelijking met andere miljoenensteden
op Java zoals Bandung en Surabaija valt ten gunste van Kuala Lumpur uit. Niet
overal verkopers van onzinnige artikelen langs de wegen en troittoirs en zeker
niet op kruispunten. Veel minder mensen op straat en geen beca´s natuurlijk.
Het is er druk zoals elke Aziatische stad maar men kan er rustig rondwandelen
zonder lastig gevallen te worden. Het aantal hotels is opvallend groot.
|
|
|
|
|
Foto:
Petronas Towers
|
Kuala
Lumpur oogt modern met diverse wolkenkrabbers, maar het meest opvallend zijn de
hoge torens namelijk de Kuala Lumpurtower, een telecommunicatie toren van 421
meter hoog, gebouwd in
1996 en de Petronas Towers, 452 meter hoog uit 1998. De laatste is een dubbele
toren en een van de hoogste gebouwen ter wereld. Waarschijnlijk beiden bedoeld om het Maleisische minderwaardigheidscomplex
wat op te vijzelen. Ze houden erg van modern doen in dit deel van de wereld.
Malaysia heeft ook een Formule-1 racecircuit en men is momenteel bezig met het
bouwen van een supermoderne nieuwe hoofdstad op 60 kilometer afstand van Kuala Lumpur.
Minderwaardigheidsgevoel of niet, er gebeurt heel wat in dit land dat men modern
zou kunnen noemen. In tegenstelling tot Indonesia dat op dit gebied zo dood als
een pier lijkt en alleen maar achteruit rent sinds de financiële crisis die in
mei 1998 begon en inmiddels tot een strijd om de macht met diverse spelers en
een onduidelijke uitkomst verworden is.
Mijn reden om naar Kuala Lumpur te gaan was om een museum te
bezoeken, dit is het
Muzium Matawang in het gebouw van de Bank Negara Malaysia, de Maleisische
centrale bank in het centrum van de stad. In dit museum zijn de munten en
bankbiljetten te zien die ooit in Malaysia gecirculeerd hebben. De collectie die
tentoongesteld wordt is van een uitzonderlijke kwaliteit. Ook is het museum zeer
mooi ingericht, de airconditioning zorgt voor een zeer aangename temperatuur. De
vitrines zijn niet te groot en goed verlicht, bij alle munten en bankbiljetten
staat een duidelijke uitleg, kortom een beter museum kan men zich niet wensen.
|
|
|
|
|
Muzium
Matawang
|
Malaysia is zeer interessant waar het om munten gaat, alle staten hebben eigen
munten en geldsoorten gehad, veelal in tin, het Maleisische metaal bij uitstek. Er zijn
`munten` in de vorm van dieren zoals krokodillen, hanen etc,
ook zijn in Noord Borneo kanonnetjes als geld gebruikt. Ook het geld van het
land toen dit een Engelse kolonie werd is erg interessant, zeker de
bankbiljetten van Sarawak en de Straight Settlements zijn voor de liefhebber een
lust voor het oog, om de vingers bij af te likken want uiterst zeldzaam.
Verder allerlei particulier geld wat op plantages werd gebruikt en tokens om te
gokken. Chinezen, die een behoorlijk deel van de bevolking
uitmaken, kunnen niet zonder. In Malakka bijv. zijn er munten door de sultans geslagen maar ook munten
voor de Portugezen en de VOC. Kortom, de liefhebber kan hier enkele zeer aangename
uurtjes doorbrengen. In Indonesia zijn er ook enige schitterende numismatische
verzamelingen, maar niet voor het publiek toegankelijk. Allereerst is er de
verzameling bijeengebracht door het Bataviaas Genootschap. Dat was de nationale
collectie ten tijde van Nederlands Indië door o.a. Van der Chijs en Moquette
bijeengebracht. Een collectie die zijn weerga niet kende. Deze collectie was
altijd te bezichtigen in het Musium Nasional te Jakarta in de speciale
numismatische afdeling. Deze afdeling is echter al jaren wegens renovatie
gesloten. Al diverse malen hebben mij bekende verzamelaars zeldzame stukken uit
deze collectie aangeboden gekregen. Dus zal de renovatie meer in de privé sfeer
liggen van museumbeambten. Ook schijnt de Bank Indonesia een mooie collectie te
bezitten, doch ook deze is niet voor het publiek toegankelijk.
De volgende dag moest ik weer terug naar Singapore met een voorspoedige
comfortabele busreis. Langs de autoweg keek ik nog even naar de diverse modellen
auto´s die in Malaysia worden geproduceerd en goed verkocht. Er zijn
tegenwoordig twee fabrieken Proton en PerOdua die zo'n 6 goed verkochte
modellen op de markt brengen. Een nationale auto blijft voor Indonesia een verre
droom. Malaysia produceert ook motorfietsen van het merk Kriss, die
o.a. naar
Indonesia geëxporteerd worden. Het verhaal wordt vervelend want ook
motorfietsen worden niet in Indonesia geproduceerd. Men maakt in dat land
slechts kinderen en onwaarschijnlijke plannen.
Omdat m'n terugvlucht naar Solo om 8.40 uur ´s morgens was moest ik een nacht
in Singapore verblijven, nou niet bepaald mijn hobby vanwege de schrikbarende
prijzen aldaar. Maar tot mijn geluk vond ik vlakbij de busterminal een redelijk
geprijsd hotel, een zeer nette kamer van redelijke afmeting met badkamer, warm
water, telefoon, AC en TV voor 55 S$ wat heel redelijk genoemd mag worden.
Tegenover het hotel een grote 'food market', MRT station op loopafstand, dus alle
gemakken bij de hand. De volgende ochtend om 7 uur een taxi genomen, makkelijk
aan te roepen en was in een mum van tijd op Changi Airport waar het inchecken
weer supersnel ging zoals alles in Singapore. Omdat ik met Silk Air vloog, een
dochter van Singapore Airlines, hoefde ik de luchthavenbelasting van S$ 21 niet
te betalen, zo'n bedrag is altijd meegenomen, want dat is twee dagen leven in
Indonesia. Ik had nog drie kwartier voor m'n terugvlucht dus kon ik even terminal
2 bekijken die natuurlijk van alle moderne gemakken voorzien is, zo is Singapore
nou eenmaal. Echter roken is ten strengste verboden, daarvoor is een speciale
verslaafdenruimte ingericht, waar ik vanwege mijn kretek habit natuurlijk ook
gebruik van moest maken. Een sigaretje smaakt mij echter nooit op dit soort
plekken. Midden op de terminal is een plek waar ge-emaild etc. kan worden en
waar men zijn notebook in het netwerk kan pluggen, overal grootbeeld TV, die
niet zo hard staat als in de buurlanden gewoon is.
Mijn vlucht vertrok op tijd en er waren slechts 20 mensen aan boord van een
vliegtuig waarin er 140 kunnen. De stewardessen glimlachten precies als op de
foto's in de folders en zeiden precies die vriendelijke dingen die mij altijd
doen vermoeden dat vliegen doorgestoken kaart is als het veel geld uit iemand's
zak kloppen betreft. Er werd een culinair experiment, wat ik niet zo begreep, als
ontbijt geserveerd. Ik heb me niet als proefkonijn laten gebruiken. Wel zat er een warm broodje met Duitse boter bij en de koffie was van een uitstekende
kwaliteit, welke ik nog niet eerder tijdens een vliegreis heb geproefd. Het
vliegtuig kwam een kwartier te vroeg aan. Mijn enige zorg was hoe de immigratie-ambtenaren te Solo zouden
wezen, ik ben nog nooit via mijn woonplaats Indonesia binnengekomen. Zonder een woord werd er een stempel in mijn paspoort
gedrukt,
altijd een pak van het hart als je in het meest corrupte land ter wereld
verblijft.
|
|
| |
|
Solo 19 mei 2002 |
|